Delphi 4 | Oktober 2002 

Over vraaggericht werken 

Vraaggerichte hulpeloosheid

Nederland is vooruitstrevend: ook al missen we de juiste attitude, we passen de nieuwste trend toe! Gek word je van al die veranderingen. De nieuwste trend in helpend Nederland is vraaggericht werken. Van arts tot maatschappelijk werker buigen we ons over de hulpvraag van de cliënt, want dat moet het uitgangspunt zijn. Een knellende kwestie, want is eigenlijk de hulpvraag? Datgene wat de cliënt als vraag formuleert? Dat lijkt vaak zo onhaalbaar. Bovendien lijkt het eind zoek als we op alle vragen van cliënten ingaan, zo denken er veel. Ziehier de valkuil voor de hulpverlening. De hulpverlener heeft zo zijn of haar eigen ideeën over wat er met de cliënt moet gebeuren. De hulpverlener kan de cliënt met behulp van de methode van doorvragen naar de juiste hulpvraag leiden. Het vraagt echter heel wat objectiviteit, tolerantie en respect om dit eerlijk te doen als de werkelijke hulpvraag van de cliënt sterk afwijkt van het idee van de hulpverlener. De cliënt kan vastlopen in het spervuur van vragen. Hoewel de methode van vraaggericht werken bedoeld is om de deskundigheid van de cliënt te respecteren en zijn of haar weerbaarheid te vergroten, dreigt toch de hulpeloosheid van de cliënt weer te ontstaan. De hulpverlener voert de boventoon en de nieuwe methode is vliegensvlug vervallen tot de oude fouten; in een nieuw jasje, dus minder makkelijk herkenbaar.

De vraag die de cliënt formuleert, is vaak een inschatting van wat de hulpverlener kan of wil doen. Het heeft niet altijd een directe relatie met de werkelijke hulpvraag.

En zijn we wel zo vernieuwend? Even buiten de grenzen, hetzelfde taalgebied, België, zijn ze ook met een dergelijke omkering in werken bezig. Daar is de benaming anders en dat drukt een andere manier van denken uit. In België zijn ze bezig met de ‘narratieve benadering’. Uitgangspunt is de ‘narratie’, het verhaal van de cliënt. Hoeveel beter kan je niet aansluiten als het verhaal, en niet het slappe aftreksel daarvan – de hulpvraag, het uitgangspunt is.

De Franse filosoof Voltaire benadrukte al dat mensen moeten reizen om tolerant te worden. Dat geldt net zo goed voor het ontwikkelen van hulpverlening. Hij was over de Nederlandse tolerantie overigens weinig te spreken: Canards, canaux, canaille, en Hollande rien qui vaille (Roddels, grachten, tuig, in Nederland alles vuig). Dat zou hij nu beslist niet meer vinden, of toch, met ons koldermodel?

  

Martine F. Delfos