Delphi 14 | Oktober 2003 

Over de noodzaak van leren door de zogenaamde ontwikkelde landen

Overontwikkeld

Afgelopen zomer heb ik een lezingentour van vier weken gemaakt door Zuid-Amerika. Van dichtbij ervaren dat het terecht is dat de Zuid-Amerikaanse hoofdsteden hoog staan genoteerd in de wereldranglijst van vriendelijkheid. Volop armoede, maar geliefd zijn is in Rio De Janeiro – nummer 1 op de wereldranglijst – een belangrijke waarde. En om dat te bereiken moet de norm zijn dat je aardig bent. Dat is te merken. Amsterdam staat onderaan, het verbaast me niet.

En geld corrumpeert niet altijd en iedereen. In het autismecentrum in Lima, gesponsord door Nederlandse fondsen, wordt het geld gebruikt om een totaal-leergemeenschap in stand te houden. Moeders en vaders van autistische kinderen en jongeren trainen en worden getraind. Ze krijgen cijfers voor hun prestaties. Een van de beooordelingspunten: respect voor het autistische kind. Hoe wil je dat een kind vooruit gaat als je zelf een 0 hebt voor respectvolle bejegening, roept de directrice Liliana Mayo uit!

In Nederland proberen we met alle macht de gezinsstructuur te herstellen en recht te doen in de hulpverlening. Je kan ook overontwikkeld zijn heb ik weer eens een keer geleerd op mijn reis. ‘I come from a so-called developed country….’ Globalisering betekent dat we het risico lopen dat de arrogantie van het geld de onderontwikkelde landen lessen leert zoals wij vinden dat het moet en daarmee ook onze fouten doorgeeft. Enige bescheidenheid is op zijn plaats. Wat we hier in de ontwikkelde landen proberen te ontwikkelen zoals netwerkplaatsingen of familieberaden is in de onderontwikkelde landen aanwezig qua mentaliteit: de familiestructuur. De economische situatie maakt dat het niet uit te voeren is: armoede stuurt ouders met kinderen de straat op. In de regio van Cusko, de navel van de wereld volgens de Inca’s, staan overal stokken in de grond met een rode lap eromheen: hier kan je korenlikeur kopen. Alcohol als verdoezelaar van een falen als kostwinner, van een uitzichtloze toekomst.

Wij kunnen niet meer terug, maar we kunnen wel leren hoe het anders kan, als we niet onze moraal opleggen, maar hen als dé deskundigen bij uitstek zien hoe je kan ontwikkelen vanuit verbondenheid in plaats van ontwikkelen vanuit geld. Wij zijn overontwikkeld: veel bereikt maar dreigen ten onder te gaan aan onze weelde. In seriële relaties proberen we wanhopig een gevoel van verbondenheid en veiligheid te creëren. Het is niet de gezinsmanager die dat gevoel kan bewerkstelligen, we zijn inmiddels echter wel in staat om die manager zijn of haar loon te betalen.

       

Martine F. Delfos