Delphi 13 | September 2003 

Over het taalgebruik in de hulpverlening

De kou van 'moeder'

Een van de eerste rapporten die ik las toen ik, nog geen kwart eeuw oud, de kinderbescherming inging, stond bol van ‘moeder’ en ‘vader’: ‘Vader drinkt en moeder heeft een symbiotische relatie met het kind.’ De afstandelijkheid viel mij op, zoals dat leken steeds opvalt – de kou van de tot anoniem ding gemaakte mens. In de bespreking over het kind meldde ik meteen gedreven dat er mijns inziens geen fatsoenlijke noch professionele reden was om lidwoorden weg te laten, het ging immers niet om ‘moeder’ in het algemeen, maar om de moeder van een specifiek kind.

Een kwart eeuw later controleer ik een rapport dat ik geschreven heb en merk tot mijn schrik dat ik een paar keer de lidwoorden heb weggelaten. Ik kan mijn fout nog net op tijd herstellen, maar vraag me meteen af of de afstandelijkheid al eens eerder door de mazen geglipt is. Ook gij, Brutus? vraag ik mij verschrikt af.

Is het belangrijk om daarover te struikelen? Ik denk het wel. Taal is niet alleen een technische weergave van een boodschap. Het wordt gestuurd door emotie, geeft emotie weer en stuurt emotie aan. Zo kan een betrokken gevoel zakelijk worden en andersom.

In een eerdere column sprak ik over de bureaucratisering van bureau jeugdzorg. De taal die gebruikt wordt, drukt de voortschrijdende bureaucratisering uit. De onzinnige formuleringen van doelen in hulpverleningsplannen lijken soms science fiction, onwaarschijnlijke gebeurtenissen in de toekomst: ‘Moeder heeft pleeggezin geaccepteerd’.

Lange tijd mocht een hulpverlener niet teveel betrokken zijn bij de cliënt, dat getuigde van een gebrek aan professionaliteit. Hulpverleners zette zich zo af tegen de hulp van de buurvrouw en de pastoor van de eeuwen daarvoor. Hulp verlenen was een vak en dat moest de hulpverlener in afstand uitdrukken. Maar vroeger was er wel een soort bescherming, zij het een wrange. Je was als cliënt onmondig, dus je kreeg al die vervreemdende taal over jezelf niet te lezen. Maar wat moet je nu als je over jezelf leest alsof het over een vreemde gaat?

Als we mondigheid nastreven en respect voor onze cliënt, is het zaak dat in onze taal uit te drukken. De nieuwe vormen van hulp die dichter bij de mens en dichter bij menselijkheid komen, zoals Eigen Kracht conferentie of intensieve thuishulp, zullen hopelijk tot een nieuwe taal leiden.

       

Martine F. Delfos