Delphi 12 | Juli 2003 

Over de kleutertoets.

Japanse toestanden?

De kleutertoets. Op het moment dat de deskundigen erover denken de nieuwe versie van de intelligentietest Wisc van de markt te halen, op het moment dat de diagnoses hoogbegaafd onterecht toenemen omdat we de intelligentie van kinderen niet goed kunnen meten, wordt een toets ontwikkeld voor kleuters. Waanzin, want hetgeen kinderen ontwikkelen op kleuterleeftijd kunnen we nauwelijks meten.

Een goed voorbeeld van die waanzin is de taalontwikkeling. We hebben onze mond vol van taalachterstand, maar vergeten dat dat een normaal aspect is van de rijping van jongens. In de tijd dat meisjes taal ontwikkelen, onderzoeken jongens voorwerpen en ontwikkelen ze hun technisch inzicht. We klagen bij meisjes echter niet over hun technische achterstand.

Einstein was geen briljante leerling. Had hij de relativiteitstheorie kunnen ontwikkelen als hij taalstimuleringsprogramma’s had moeten volgen? Al vroeg waarschuwde Arnold Gesell ervoor bij kinderen vaardigheden te trainen waar ze niet aan toe zijn. Niet alleen kost dat meer tijd, het is ook niet vrijblijvend. De training op het ene gebied remt de ontwikkeling elders. Einstein had misschien de noodzakelijke basisinzichten niet verworven als hij getraind was in zijn zwaktes.

Bovendien blijkt als we een echte taalachterstand constateren dat alle taalstimuleringsprogramma’s die niet kunnen doen inhalen. Dus waar zijn we mee bezig? Als een olifant lopen we rond in de porseleinkast van de ontwikkeling van het kind.

Testen op 4-jarige leeftijd blijkt weinig voorspellende waarde te hebben voor sociaal, cognitief, emotioneel en maatschappelijk functioneren later. De beste voorspeller is de candy-reward: kinderen van 4 jaar voorleggen of ze nu één snoepje willen of straks twee. In die simpele keuze zitten menselijke aspecten als impulsiviteit, uitstellen van behoefte en toekomst plannen.

Bracht de vorige eeuw met haar seksuele revolutie een toename van excessen op het gebied van seksueel misbruik voort, in deze eeuw met haar aandacht voor intelligentie is het risico van intellectueel misbruik groot. Japan is gidsland: pesten, zelfdoding, depressie en isolement is de prijs die kinderen daar betalen voor de intellectuele stimulering door hun ouders en leerkrachten.

Volgen, stimuleren en begeleiden is iets anders dan meten en achterstanden proberen op te heffen. Meten leidt tot stress en minderwaardigheidsgevoelens. Als er iets beschadigend is voor het zelfbeeld van kinderen, is dat het gevoel dat er iets mis is met ze.

      

Martine F. Delfos