Delphi 11 | Juni 2003 

Over de toename aan foutdiagnoses.

De diagnose door de buurvrouw

Sinds kort heeft de 3-jarige Max een zusje. Hij is geheel betrokken bij de komst van Floortje. Hij verheugde zich erop en toonde zich blij toen ze er was.
Het was wel even wennen, Floortje aan de borst van mama. Max drukt dat uit zoals jongetjes dat kunnen, door druk gedrag. Plotseling krijgt zijn moeder van alle kanten de vraag of hij soms adhd heeft. Daarvoor was er niets aan de hand. De buurvrouw ontpopt zich plotseling tot een diagnosticus. Vroeger zou diezelfde buurvrouw hebben gezegd: ‘Nou, hij heeft er wel weet van dat hij een zusje heeft gekregen, maar dat trekt wel bij’. Nu heeft Max plotseling een stoornis. En welnee, er is inderdaad niets aan de hand. Max is niet eens erg druk; hij kan de komst van zijn zusje best aan.
Ze hadden het er een jaar geleden op de crèche ook al over dat hij hoogbegaafd zou zijn, omdat hij het woord ‘paperclip’ kende. Zijn moeder moest van goeden huize komen om uit te leggen dat het niets met begaafdheid te maken had, maar dat ‘paperclip’ voor hem een gewoon woord is. Zij werkt in het onderwijs en maakt hele kettingen van paperclips voor hem. Voor Max is een paperclip net zo gewoon als een beker.

In een wereld die gebaseerd is op opleiding, die snel is en communicatief, verwondert het niet dat de diagnoses hoogbegaafd, adhd en autisme je om de oren vliegen. Alsof er geen normale kinderen meer bestaan. Door leken wordt normaal en lastig gedrag tot abnormaal bestempeld. De diagnostiek is in handen gekomen van de gemeenschap. Internet krijgt de allure van deskundigheidsbevordering. Waar gaan we naar toe als we normaliteit tot
ongewenst gedrag bestempelen? Oog voor ongewenst, maar oh zo normaal gedrag is nodig. We gaan gebukt onder perfectionisme: afwijkend, lastig en ongewenst gedrag wordt niet langer gezien als normaal, als leeftijdsgebonden of als een gezonde reactie op een ongezonde situatie, maar wordt bestempeld. Het moet met behulp van intensieve programma’s en protocollen verholpen worden. Begrippen als schoolrijpheid, meer technisch dan sociaal aangelegd zijn, of fasen in ontwikkeling en rijping raken op de achtergrond.
Ook deskundigen bezondigen zich hieraan. Kritisch naar zichzelf kijken en het kind in zijn of haar soms lastige eigenheid zien, is respectvol tegenover kinderen en hun ouders.

     

Martine F. Delfos