Delphi 10 | Mei 2003 

Over hoe iedere instelling denkt dat de ander wel zal ingrijpen.

Bureau bystander

Als er geweld wordt gepleegd of een ongeluk gebeurt, kunnen mensen er in een kring omheen staan zonder dat iemand wat doet. Al geruime tijd geleden ontdekte Latané dat omstanders van elkaar denken dat de ander wel wat zal doen. Zo neemt niemand de verantwoordelijkheid op zich. Hij noemde dit het bystander-effect en gebruikte de term spread of responsibility – spreiding van verantwoordelijkheid – om het effect te beschrijven dat iedereen denkt dat de ander wel zal ingrijpen.
Inmiddels hebben onderzoekers de verschillende factoren van het bystander-effect aardig in kaart gebracht, maar het effect van die kennis voor de maatschappij blijkt nihil. Hoewel weinig van die gebeurtenissen de krant halen, worden we regelmatig opgeschikt door het bericht dat iemand is doodgeslagen terwijl er omstanders aanwezig waren.
We hebben als mens al de grootste moeite om verantwoordelijkheid te dragen voor onszelf, laat staan voor anderen. Verantwoordelijk gedrag neemt toe als direct schadelijke gevolgen zichtbaar zijn: als we verantwoordelijk gesteld worden, als we erop aangesproken kunnen worden, als we deels verantwoordelijk zijn of ons verantwoordelijk voelen. Ook nemen we meer verantwoordelijkheid naarmate de band met de ander hechter is en de relatie daarmee overeenstemt.
Verantwoordelijk gedrag neemt af in anonieme situaties en wanneer de pakkans klein is, als er gevaar dreigt of wanneer helpen een onaangename actie inhoudt. Het minst verantwoordelijk voelen we ons als een persoon die we niet kennen iets overkomt in een situatie waarin iedereen anoniem is, zoals op een druk station.

In de affaire-Roermond, waar de hulpverlening niet weet te voorkomen dat een vader zijn gezin doodt, weten we niet hoe gauw we met de vinger moeten wijzen naar bureau jeugdzorg. Hoe gefuseerd alles ook leek, er bleken vele verschillende hulpverleners bij betrokken te zijn die van elkaar niet wisten dat ze er waren en wat ze deden. Het bystander-effect op instellingsniveau. Dat geldt voor Roermond net zo goed als voor het meisje van Nulde.
De mammoetfusie die tot bureau jeugdzorg heeft geleid, kan het bystander-effect niet voorkomen. De omvang leidt tot bureaucratisering en dus anonimisering, waardoor geen directe verantwoordelijkheid wordt gevoeld voor het kind zelf.
Het versterken van persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel zal de hulpverlening ten goede komen, zo leren we van het bystander-effect. Op instellingsniveau: dehiërarchisatie. Op hulpverlenersniveau: één hulpverlener, langdurig. Op cliëntniveau: persoonlijk contact.

     

Martine F. Delfos