Delphi 8 | Maart 2003 

Over de rol van de hulpverlener bij normen en waarden.

Alweer normen en waarden!

Hoera voor de politiek. Ze heeft normen en waarden hoog op haar agenda staan. Maar daar blijft het dan ook bij. Aan de frase wordt nauwelijks inhoud gegeven en politici passen fatsoenlijke normen en waarden niet zonder meer toe.

Op de vraag aan ex-minister Bomhoff wat hij zou doen met verzekeringsgeld voor gestolen waar als die weer teruggevonden werd, antwoordde hij met een gebrek aan normen en waarden. Hij zou het niet bij de verzekering melden, want hij was ‘wel goed maar niet gek’. In een handomdraai maakt Bomhoff voor een groot kijkerspubliek deze oneerlijkheid tot norm en hecht de waarde ‘gek’ aan een duidelijk geval van eerlijkheid. Als deze normen en waarden al publiek te grabbel liggen hoe moet het dan met hogere, conflicterende normen en waarden: het recht op religie – met het dragen van een hoofddoekje als norm) bijvoorbeeld, en het recht van de vrouw als mens – met de norm dat zij niet onderdrukt mag worden). Welke is het hoogst? Je zou denken het recht als mens, maar de praktijk geeft religie aan.

Bomhoff is iemand met een voorbeeldfunctie. Als politici zich zo’n houding breeduit in de media permitteren, hoe zit het dan met minder zichtbare mensen?

Normen en waarden worden ontwikkeld aan de hand van voorbeelden. Ouders spelen daarin de eerste rol. Media dragen daarin een verantwoordelijkheid waar ze zich nauwelijks meer van bewust lijken te zijn; het meisje R.R. kan nauwelijks een normaal leven leiden. Maar ook hulpverleners spelen een wezenlijke rol. Zij staan in contact met een mens in nood. Een mens, groot of klein, die zich openstelt en kwetsbaar is. De afhankelijkheid van een hulpverlener is een aspect waarmee hulpverlener en cliënt samen moeten leren omgaan. Hoe beter de relatie en hoe dringender de hulpvraag, des te minder filters heeft de hulpvrager om het gedrag en de woorden van de hulpverlener kritisch te bekijken. Hier ligt een belangrijke taak in normen en waarden voor de hulpverlener weggelegd. Te beginnen met de omgangsvormen. Zorgvuldigheid in de omgang, vriendelijkheid, niet afschepen aan de telefoon, de cliënt niet voor dom houden, geen wachtlijsten, geen geroddel over cliënten, en ga zo maar door. Een hulpverlener zou onvoorwaardelijk respectvol moeten zijn tegenover de cliënt. Dat wil niet zeggen geen grenzen stellen, want grenzen stellen kan zeer respectvol zijn. Het gaat om hoe.

Normen en waarden van de hulpverlener, daar zou eens een protocol voor ontwikkeld moeten worden! Noblesse oblige!

  

Martine F. Delfos