Sozio 2 | September 2007 

Virtueel Leven Enschede 2
SOZIO 77, september 2007 • 37

Download als PDF 

Martine Delfos is psycholoog en psychotherapeut. Ze begeleidt het project Virtueel Leven Enschede. Dat project heeft als doel een gezonde virtuele ontwikkeling mogelijk te maken voor jeugdigen. In de komende afleveringen van Op stap met beschrijft Delfos de voortgang van het project(*).

Virtueel Leven Enschede 2

Het project Virtueel Leven Enschede komt steeds veel steun en enthousiasme tegen. Dit is mede te danken aan de werkwijze: bottom up, vanuit de mensen en hun behoeften zelf. Daarom werden de kinderen en jeugdigen zelf gevraagd, en ze waren duidelijk over hun internetgedrag en hun wensen. Eind 2006 hebben ruim honderd kinderen van tien tot veertien jaar op een aantal scholen aan het onderzoek meegedaan. Via anonieme vragenlijsten is een bewustwordingsproces op gang gebracht, vervolgens zijn er groepsgesprekken geweest in de klassen en zijn er een aantal kinderen via focusinterviews dieper bevraagd. De groepsinterviews zijn gehouden door Wilma Meere in samenwerking met de leerkrachten. Het was stimulerend om een analyse te maken van de resultaten. Een hoop gereken en getel, onderzoek doen is ook heel veel statistisch ambachtelijk werk, maar het leverde ook een paar interessante resultaten. Een aantal vragen sloot aan bij bestaand onderzoek en onze resultaten sloten daarbij aan, maar we zijn ook wat dieper gaan kijken naar de jeugdigen zelf en hun wensen en ervaringen. Hierdoor zijn we wat meer in hun wereld terechtgekomen en kregen we handvatten over hun ervaringen en behoeften.

Internetcafé
Duidelijk was dat ze allemaal op internet zitten, dat ene elfjarige kind dat geen computer thuis had vulde in: internetcafé. Ze zoeken het op. Ze willen op het net. We hadden een hele lijst van computeronderwerpen, van MSN tot profi elsites, van spellen doen tot searches en huiswerk. Hier wat opvallende resultaten. Bij ieder kind alles optellend kwamen we tot de toch wel verbijsterende conclusie dat de kinderen het grootste deel van hun tijd aan de computer zitten. Meisjes vooral MSN, meer dan de jongens die veel online games doen. Indrukwekkend was dat veel kinderen spontaan aangaven zelf verslaafd te zijn aan internet. Sommige kinderen gaven aan dat hun ouders verslaafd zijn. Ze ervaren een kloof tussen het werkelijke leven en het virtuele leven.

Kinderen ervaren een kloof tussen het werkelijke leven en het virtuele leven. Hun ouders vragen zelden naar hun ervaringen. Wel over bezoek aan een vriendje, maar niet over wat ze op internet meemaken, en dat missen ze.

Hun ouders vragen zelden naar hun ervaringen. Wel over bezoek aan een vriendje, maar niet over wat ze op internet meemaken, en dat missen ze. De seks op internet vinden ze vervelend, je wordt er steeds lastiggevallen, maar, zeggen ze, het is niet anders: geen internet zonder seks. Het pesten op internet zit ze dwars, de conflicten daar gaan snel en erger dan in de werkelijke wereld. En wat moet je dan als je elkaar weer ziet op school? Er bleek een forse inflatie aan psychosociale problematiek: kinderen tussen tien en veertien wisten bijna allemaal over pro-ana-sites (sites die anorexia propageren), over automutilatie of over de besmettelijkheid van zelfdoding op internet. Huiswerk doen ze er nauwelijks, een minderheid wel eens, maar niet meer dan vijf tot vijftien minuten per dag. Ze willen graag beschermd worden, willen ook dat hun ouders hun chats lezen, hun history bekijken. Ze willen ook tips tegen vastlopen van de computer, want dat haten ze. Ze zijn gek op de computer en vooral internet en willen bescherming om vrij te kunnen genieten.

• (*) Kijk voor meer informatie over Virtueel Leven Enschede op www. sociaaldigitaal.nl en www.sozio.nl