Fantaseer zelf

 een verhaal !

Maak of fantaseer zelf een verhaal...

Kinderen hebben veel fantasie, jij misschien ook wel! Volwassenen worden vaak zo serieus dat ze de kunst van het fantaseren verliezen. Misschien moeten we de fantasie van kinderen meer stimuleren, zodat ze die fantasie niet verliezen. 

Martine heeft veel boeken voor kinderen geschreven. Misschien is het leuk als jij zelf aan de gang gaat met je fantasie. Om je op weg te helpen is er een pagina met alle kaften van de kinderboeken van Martine. Naast de kaft van ieder boek staat de tekst van de eerste bladzijde. Fantaseer er maar op los! Hoe gaat het verder? Wat zou je erbij willen tekenen? Het mag in je hoofd of op papier of ingesproken in een computer, wat je zelf het fijnst vindt.

Veel plezier!

Kies hieronder een begin van een verhaal

Luuk zit op zijn kamer. Zijn kamer staat vol met spulletjes. Hij heeft een treinenverzameling, een verzameling fietsbellen en een verzameling rollen toiletpapier. Hij is trots op zijn verzamelingen. Luuk is erg zuinig op zijn spulletjes. Hij weet er ook veel van af.

De vorige keer dat ze naar de winkel gingen om boodschappen te doen, heeft Luuk een rol roze toiletpapier gekregen van mama. Hij heeft er al héél veel. Vroeger vond hij het heel vervelend om naar de wc te gaan met die enge geluiden, maar toen mama heel zacht toiletpapier voor hem kocht ging hij het leuk vinden. En zo is het verzamelen begonnen.

… ga jij maar verder!

Ilse is thuis. Iedereen is bij haar thuis. Behalve papa. Mama is thuis. Ruurd speelt in de box. Oma is op bezoek. Oom Fred is er en hij knipoogt naar Ilse.

Tante Stefanie is er ook. Ze zegt: ‘Wat heb je een mooie broek aan.’ Maar Ilse weet wel dat ze dat niet meent. Tante Stefanie heeft rode ogen. Ze heeft gehuild. Dat ziet Ilse heus wel. Ze hoeven echt niet te doen alsof ze dat niet ziet.

Ilse houdt haar mond. Ze zegt niets. Mama heeft gezegd dat papa dood is. Niet waar! Papa is niet dood, papa is op zijn werk.

Mama zegt dat papa een ongeluk heeft gehad.

… ga jij maar verder!

Er is een land met de meest bijzondere kathedraal ter wereld. Er zijn vele verhalen over hoe dat gebouw is ontstaan. Dit is mijn verhaal over hoe het is ontstaan. Ik ben de achter-achter-achter-achter-achter-achter-achterkleindochter van koning Ivar de Verschrikkelijke.

… ga jij maar verder!

Maartje holt stampvoetend de trap op.

‘Ik haat suiker,’ schreeuwt ze, ‘en ik ga ook niet meer naar die dokter.’

Maartjes moeder zucht, soms weet ze niet meer wat ze moet doen. Maartje kan zo boos worden, maar ze begrijpt het wel. Het is ook niet makkelijk.

‘En je hoeft ook niet zo zielig te doen, ik bén niet zielig!’

Morgen moet ze weer naar het ziekenhuis. Maartje heeft Diabetes Mellitus, suikerziekte noemen mensen dat vaak. Ze moet ervoor naar het ziekenhuis, want het is best een lastige ziekte.

… ga jij maar verder!

Peter holt de trap af. Gauw, gauw, gauw, anders komt hij te laat op school. Hij propt de boterham in zijn mond. De hagelslag plakt op zijn lip.

‘Zit niet zo te schrokken,’ zegt zijn moeder.

‘Ja, maar dan kom ik te laat op school.’

‘Nou, wiens schuld is dat?’ vraagt zijn moeder.

Peter zegt niets meer, hij weet wel dat hij te laat is opgestaan, maar kan hij er wat aan doen. Hij had heel lang wakker gelegen. Het gebeurde wel vaker, maar het had toch geen zin om dat te vertellen, want zijn moeder begrijpt er niets van.

Gauw dooreten en naar school. Hij grist zijn tas van de kapstok en pakt de deurklink vast. Stik, is hij het kauwgomplaatje voor Hans vergeten. Hij holt de trap weer op, pakt het kauwgomplaatje en stormt weer naar beneden.

‘Kun je niet wat zachter doen, je vader en je broertje slapen nog,’ roept zijn moeder hem nog na terwijl hij de deur uitholt.

… ga jij maar verder!

 

Marijke holt de trap af. Gauw, gauw, gauw, anders komt ze te laat op school. Ze propt de boterham in haar mond. De hagelslag plakt op haar lip.

‘Zit niet zo te schrokken,’ zegt haar moeder.

‘Ja, maar anders kom ik te laat op school.’

‘Nou, wiens schuld is dat?’, vraagt haar moeder.

Marijke zegt niets meer, ze weet wel dat ze te laat is opgestaan, maar kan zij er wat aan doen. Ze had heel lang wakker gelegen. Het gebeurde wel vaker, maar het had toch geen zin om dat te vertellen, want haar moeder begreep er niets van.

Gauw dooreten en naar school. Ze grist haar tas van de kapstok en pakt de deurkruk vast. Stik, is ze het kauwgomplaatje voor Anja vergeten. Ze holt de trap weer op, pakt het kauwgomplaatje en stormt weer naar beneden.

‘Kun je niet wat zachter doen, je vader en je broertje slapen nog,’ roept haar moeder haar nog na terwijl ze de deur uitholt.

… ga jij maar verder!

De school is uit, eindelijk. Maarten rent het gebouw uit.

‘Jan ga je mee? Dan gaan we naar het landje.’

Jan heeft er wel zin in, ze zijn net met een heel grote hut bezig. Nog nooit hebben ze zo’n goede hut gemaakt. Je kan er in kruipen en dan is er een heuse vloer en een dak.  Van buiten zie je niets, de hut is tussen de struiken gebouwd.

‘Ik heb Marieke gevraagd te komen kijken’, zegt Maarten, ‘ze wil wel zien hoe onze hut eruit ziet.’

Jan vindt het best, Marieke is aardig, je kan altijd wel met haar lachen.

… ga jij maar verder!

Bram speelt met zijn trein, tuuuuuut, fuuuuut! Hé, daar staat een auto, toetoet! Bram staat op om de auto te pakken en struikelt over zijn treinbaan. Krak, oeps, stik, zijn treinbaan. Hij vindt het niet zo erg, maar hij weet dat papa het heel erg vindt. Hij heeft de trein afgelopen woensdag voor zijn verjaardag gekregen en nu is hij al stuk. Bram heeft dat wel vaker, dat er iets stukgaat omdat hij snel naar iets toeloopt.

… ga jij maar verder!

‘Aletta, kom je me helpen?

Mama is aan het stofzuigen.

Aletta vindt het heel leuk om te helpen. Ze kan het ook goed.

Zoem, zoem, zoem, Aletta houdt de stang van de stofzuiger goed vast.

Alle kruimeltjes verdwijnen in de slang. Het is een héle lange slang.

Grappig, nu moet Aletta plotseling aan een giraf denken.

Giraffen hebben een lange nek, een hele lange nek.

… ga jij maar verder!

Er was eens een meisje, Lotte heette ze, dat gek was op bruine beren. Bruine beren zijn hele mooie, vriendelijke dieren. Net als het meisje zelf, dat was ook lief. Jammer genoeg waren er geen beren waar zij woonde. Lotte had alleen beren in dierentuinen gezien, maar dat vond ze een beetje zielig.

Lotte was erg verlegen en ging vaak stilletjes ergens alleen zitten. In haar land waren bijna geen watervalletjes, maar ze had er toch een gevonden en daar zat ze dan een beetje te dromen.

Op een dag gebeurde er iets heel bijzonders toen ze bij het watervalletje zat. Ze kreeg bezoek van een dier dat heel ver gereisd had!

… ga jij maar verder!

‘Mark, kom je even bij ons zitten? We willen je wat vertellen.’

Mama kijkt blij en een beetje bijzonder. Papa kijkt ook al blij.

Mmm, wat zou er gebeuren? Mark hoopt dat hij een autootje krijgt.

“Mark, je krijgt een broertje of een zusje’, zegt mama.

… ga jij maar verder!

‘Mam, mag ik mee?’

Elvira trekt aan mama’s mouw. Ze heeft het heel vaak gevraagd, maar mama zegt altijd: ‘Volgende keer!’

Mama gaat met tante Els uit. Ze fluisteren geheimzinnig.

‘Mama, toe, ik wil mee!’

‘Nee, dat kan nu niet.’

‘Anita, je moet het tegen Elvira zeggen’, zegt tante Els.

‘Dat bekijk ik zelf wel’, zegt mama boos. ‘Kom, we gaan.’

… ga jij maar verder!

Dit is het verhaal van Olise, een moeder-olifant, en van Oline, haar kind.

Moeder Olise was een prachtige, jonge olifant en ze woonde in een fantastisch groot bos, een oerwoud. Om naar de andere kant van het oerwoud te komen, moest je dagenlang lopen. Allerlei bijzondere dieren kwam je dan tegen. Zoals de giraffe met zijn lange nek en zijn hoge poten. Die kon bij de hoogste takken. Maar door die lange nek en poten was het moeilijk om bij de grond te komen. Dat deed de giraffe heel onhandig. Daar moesten de andere dieren om lachen. Overal zag je apen in de bomen klimmen. Soms kwam je plotseling op een open plek met weilanden en zanderige vlakten. Daar liepen kudden herten te grazen en je kon er leeuwen lui zien gapen. Het was heerlijk in het oerwoud. De groene bomen zaten vol met de sappigste bladeren. Olise vond het lekker om aan die bladeren te knabbelen. Ze kon er haar buik mee rond eten. Met haar lange slurf kon ze er ook gemakkelijk bij.

… ga jij maar verder!

Dit verhaal gaat over een familie reuzenpanda’s. Er zijn op de wereld niet veel panda’s meer. Er zijn nog maar een paar landen waar ze wonen. Deze panda’s wonen in een land hier heel ver vandaan, in China. China is een groot land. Een land met bergen en grote vlaktes, met woestijnen en lange rivieren.

In dat land woonden een vader en moeder panda met hun vijf kinderen: Pollie, Pimmetje, Pulle, Pattie en Patja.

Vader en moeder zorgden goed voor hun kinderen. Er waren genoeg bamboevelden in de wijde omtrek om jarenlang voldoende te eten te hebben. En dat was heel fijn. Want jonge sappige bamboescheuten, dat vinden alle panda’s het lekkerste eten dat er is.

… ga jij maar verder!

Er was eens een meisje dat Sanne heette. Ze woonde met haar vader en moeder in een huis, een mooi huis met een tuin erachter en een tuintje ervoor. In de tuin was een zandbak en er stond een schommel. Sannes emmertje en schepje stonden iedere dag netjes op haar te wachten, klaar om te spelen.

Het huis waar Sanne woonde, was niet zo groot, maar ze had wel een eigen kamer. Op haar bed lagen knuffels: een beer, een pop en een poes. Oh nee, de poes was geen knuffel, Poes leefde echt. De rand van het bed was prachtig beschilderd met vrolijke clowntjes.

Sinds hield van verkleden en vond het heerlijk om mooie kleren aan te doen. Ze had een mooie witte jurk, versierd, versierd met allerlei kleine strikjes. Die jurk deed ze het liefst aan. Dan speelde ze dat ze een prinsesje was of een danseres en ging ze prachtig dansen.

… ga jij maar verder!

Er was eens een meisje Elsa, dat opgroeide in een groot huis.

Het was een mooi huis. Ze woonde er met haar vader, haar moeder en haar broertje.

Eigenlijk vond ze zo’n groot huis niet prettig. Het was wel spannend, want je kon overal op ontdekkingstocht, maar het was ook wel een beetje eng.

Als ze in de ene kamer was, wist ze niet war er in de andere kamer gebeurde.

Soms fantaseerde ze enge dingen en dan kon ze bijna niet meer slapen.

… ga jij maar verder!

Als ze haar ogen dichtdoet, gaat het misschien weg. Ze stopt haar vingers in haar oren en zo hoort ze ook niets meer.
Maar in haar hoofd blijven de angstige gedachten rondspringen.

Merel is bang, zo bang. Ze weet eigenlijk niet goed waarvoor. Misschien is er niets om bang voor te zijn, maar Merel is bang.

… ga jij maar verder!

Pip springt boven op een rollende bol wol. Hebbes, die bol is van haar. Haar broer en zus kijken beduusd, maar niet lang. Stip zet een rug op om Pip aan het schrikken te maken, maar Pip weet wel beter. Haar broer zou haar nooit iets aandoen. Plukkie, haar grote zus, zet zich schrap en springt en met een mooie boog, boem, bovenop Pip. Streepje kruipt daar weer bovenop. Met zijn vieren buitelen ze over elkaar heen en raken ze verstrikt in de draad die van de bol loskomt. Ze spinnen dat het lieve lust is.

… ga jij maar verder!

Puck is 9 jaar geworden vorige week. Bijna de hele klas is geweest, nou ja, alle meisjes dan, 8 meisjes! Het was een leuk feestje. Ze hebben samen taart gebakken, want 9 jaar is al best veel en mama en papa hebben geholpen met bakken. Ieder kind had een eigen taartje met een kaarsje, zo waren er 9 kaarsjes bij elkaar. Ze stonden in een kringetje op de tafel en Puck mocht er omheen rennen en ze stuk voor stuk uitblazen.

Het was een mooie dag en ze hebben gespeeld met water in de tuin. Een waterfestijn. Iedereen vond het geweldig. Poekie, het hondje van Puck, misschien nog het meeste!

… ga jij maar verder!

De papa en mama van Sterre en Jordi wonen niet meer bij elkaar.
Mama, Sterre en Jordi wonen gewoon in hun oude huis.
Papa woont in een ander huis.
Jordi is zes jaar.
Hij voelt zich een grote jongen.
Sterre is vier jaar.
Ze is net naar de basisschool gegaan.

… ga jij maar verder!

Heel lang geleden, in een groot bos, woonde een prachtig eekhoorntje. Het was een meisje en ze heette Spring. Die naam had ze niet voor niets gekregen, want Spring kon namelijk geweldig goed springen.

Toen ze heel klein was, nog maar net geboren, wilde ze al van de ene boom naar de andere springen. Haar moeder vond dat doodeng.
‘Niet doen, Spring’, gilde ze dan. Maar Spring kon het geweldig goed en ze kwam met een prachtige boog op de buurboom terecht.
Daar werd de moeder van Spring wel rustig van, maar ze was wel verbaasd dat haar dochter dat zo goed kon.
De vader van Spring was helemaal niet bang van haar springen. Hij was juist trots op haar. Zelf kon hij trouwens ook goed springen. ‘Dat heb je van mij!’, riep hij dan vol trots.

… ga jij maar verder!

Ik ken een vogel die verre reizen maakt en hij vertelde mij het volgende verhaal.

Vogel werd geboren in een nest hoog in een boom. Toen hij met zijn snavel over de rand van het nest keek, was hij verbaasd te zien hoe groot de wereld was. Zijn broertjes en zusjes hadden ook over de rand gekeken, maar die schrokken en trokken vlug hun nek weer in. Vogel niet. Zodra zijn ouders kwamen, rukte hij de wormen uit hun bek om zo veel mogelijk voedsel binnen te krijgen, zodat hij gauw zou groeien. Het kon Vogel niet snel genoeg gaan.

Hij zeurde zijn ouders aan hun hoofd wanneer hij mocht vliegen. ‘Nog even wachten,’ zeiden ze. Tjips, het leek wel alsof ze geen andere woorden kenden.

Vogel tuurde over de rand, om zoveel mogelijk van de wereld te zien. Soms kwamen er grote zwarte vogels langs die met een enorme snelheid rakelings over het nest vlogen. Dat was eng, maar ook spannend.

Vogel droomde van wat hij allemaal zou kunnen doen wanneer hij zou kunnen vliegen. Als zijn ouders even weg waren, ging hij op de rand van het nest staan en probeerde zijn vleugels uit. ‘Niet doen,’ gilden zijn broertjes en zusjes, ‘straks val je nog!’

… ga jij maar verder!

Verhaal 1:
Er was eens een meisje.
Een heel aardig meisje.
Héél soms was ze ook wel eens kattig, maar dat moest ze nog afleren.
Het was net een bloemetje.
Haar ouders noemden haar dan ook Fleur.
Want Fleur is het Franse woord voor bloem.
Fleur houdt van bloemen.
Ze houdt van dieren en van alles wat leeft.
En Fleur is helemaal gek op lieveheersbeestjes.

… ga jij maar verder!

Verhaal 2:
Er was eens een jongetje. Een heel aardig jongetje.
Ronald heet hij en hij kan goed voetballen. Heel goed voetballen.
Dat vindt hij heerlijk om te doen.
Hij heeft een geweldige knuffel. Die heet Muis.
Ronald is gek op Muis en Muis is gek op Ronald.
Muis gaat vaak met Ronald op stap.
Naar de winkel;
naar school;
naar de dierentuin.
Ze hebben altijd veel plezier samen.

… ga jij maar verder!

Toen ik zes jaar was, heb ik een keer een prachtig plaatje gezien in een boek over het Maagdelijke Woud. Het heette ‘Avonturen’. Het stelde een boa-slang voor die een wild beest inslikte. Hier is de kopie van de tekening….

… ga jij maar verder!