Delphi 6 | December 2002 

Over de verbondenheid van taal en cultuur.

Taalvervuiling

Taal en cultuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In het Vietnamees bestaan er persoonsvormen, maar geen echt woord voor ‘ik’. Een egogerichte cultuur is van daaruit haast niet denkbaar. In Marokko overheerst de groepscultuur; de taal drukt dit uit door opgebouwd te zijn vanuit onderlinge betrekkingen: Heeft oudere zus goed geslapen? Sneeuwvolken hebben talloze woorden voor sneeuw, omdat het verschil in soorten sneeuw van groot belang voor ze is. Het Duits is een zeer precieze taal en is niet voor niets belangrijk geworden in de bèta-wetenschappen. Engels is echter een precieze, compacte taal met een simpele grammatica; het is mede daarom dat het de taal van de wetenschap en van de wereld is geworden en daarmee het Duits heeft verdrongen. Het Chinees is niet toegankelijk dan na grondige studie; het helpt het land gesloten te houden voor en van de rest van de wereld.

Taal drukt cultuur uit. Taal drukt ook uit tot welke groep je behoort: je bent Hagenees, gabber, Australiër, een yup, Fries. Mensen vechten voor hun taal om hun cultuur te behouden.

Omgekeerd is het ook zo dat het veranderen van de taal de cultuur verandert. Dat is niet per se ten kwade. De taalverandering waardoor in het Nederlands ‘mensch’ voortaan als ‘mens’ geschreven wordt, drukt de behoefte aan helderheid en duidelijkheid uit. De industrialisatie met zijn technische vooruitgang vroeg om precisie.

Taal kan echter ook verarmen en vervuilen. Er is geen enkele geschiedkundige of taalkundige reden te vinden waarom vervlakking van taal en vervuiling van taal niet cultuurverlies met zich mee zou brengen.

Drieletterwoorden vinden hun weg inmiddels tot in de Tweede Kamer. Eerst in onderling contact, dan in de wandelgangen waar het mediaoor al te luisteren ligt en vervolgens in de kamer zelf. Voor het eerst bewijst Nederland dat het echt tolerant is, door een ongewenste LPF zoveel ruimte te geven. Tegelijkertijd legt Nederland zichzelf te grabbel. Inderdaad, de LPF geen ruimte geven is niet democratisch. Maar echt democratisch zou de ondergang van een volk zijn. Regeren vraagt kennis, inzicht en een (zelf)kritische houding, of we dat nu willen erkennen of niet. Politici zullen dus uit de midden- en bovenlaag van de bevolking komen, niet uit de onderlaag. De midden- en bovenlaag worden geacht zo empathisch te zijn en tegelijk zo realistisch dat ze de onderlaag vertegenwoordigen, zonder er de afspiegeling van te zijn.

    

Martine F. Delfos