Delphi 3 | Augustus 2002 

Over de betekenis van het fenomeen Pim Fortuyn.

Langzame emoties

In mijn jeugd bestond het fenomeen van de Wassenaarse jeugd. De verwende rijkeluiskinderen die ongelooflijk de beest uithingen. Ze vertoonden brutaal, vandalistisch en zelfs crimineel gedrag overgoten met een sausje van: ‘Ik doe wat ik wil; als het je niet zint heb je pech’.

Inmiddels is dit gedrag zich als een olievlek over Nederland aan het verspreiden. Verwende kinderen wonen niet meer alleen in Wassenaar. De gemiddelde, inmiddels welvarende, ouder wringt zich in alle bochten om het zijn of haar kind zoveel mogelijk naar de zin te maken. Opvoedkundige waarden als grenzen stellen, een gezonde frustatietolerantie opbouwen en leren zelf problemen op te lossen beginnen schaars te worden. Snelle behoeftebevrediging is aan de orde van de dag.

Een gebrek aan normen en waarden, roepen we dan, zonder het inhoud te geven. Maar wat is er eigenlijk aan de hand? Op alle niveaus zie je het gebeuren, tot in de politiek. Pim Fortuyn was een fenomeen. Het meest kenmerkende was dat politici geen antwoord op hem hadden. Hij doorbrak communicatieregels. Voor het eerst zei iemand op een verantwoordelijke positie dingen vrijblijvend, zonder erbij stil te staan of het klopte wat hij zei, of het kwetsend was of wat de gevolgen waren. De ongeschreven wet dat je in je uitlatingen rekening houdt met de kwetsbaren in onze democratie werd door hem met voeten getreden. Het recht van de sterkste gold: ik zeg wat ik vind en als je het er niet mee eens bent, moet je het tegendeel maar bewijzen.

We kennen dit gedrag. Het zijn die moeilijke puberjongens op wie we geen antwoord weten en bij wie het ‘Nou en?’ in de mond bestorven ligt. Ze verspreiden hun ego met graffiti. Ze laten letterlijk en figuurlijk een spoor van vernieling achter, en ouders, leerkrachten en hulpverleners blijven ontredderd en machteloos achter.

Het fenomeen Fortuyn is de uiting van een tijdgeest: snel effect, zonder aan later te denken. We leven in een snelle, digitale wereld. Hyperactiviteit is de norm. Maar vele wezenlijke emoties van de mens zijn langzaam. ‘Vrolijk’ of ‘agressief’ zijn snelle emoties, maar ‘liefde’ en ‘respect’ vergen een rustige, langzame instelling. De menselijke processor is er steeds minder op ingesteld.

Terug kunnen we niet, maar zouden we niet van de snelle nood een vertraagde deugd kunnen maken? Bij al die brekende relaties ons richten op liefde in plaats van zelfontplooiing bijvoorbeeld.

 

 Martine F. Delfos