|
De Volkskrant van 05-06-2004, pagina 14, Reflex Er ís een verschildoor Mirjam Schöttelndreier Interview Martine Delfos. Emancipatie moet met de biologische stroom meegaan, niet er tegenin Het heeft geen zin meisjes een exact beroep aan te praten, meent de psychologe Martine
Delfos. Ze vinden het gewoon niet zo leuk. Zolang we blijven uitgaan van het idee dat man en vrouw gelijk moeten zijn, komt de emancipatie niet verder.
Over emancipatie hoor je niks meer. Af en toe klinkt er nog wat gemor over prijs en kwaliteit van kinderdagverblijven, die bruut de vrije markt zijn opgestuurd. Soms valt het woord topvrouw, of de term glazen plafond. Maar verder? Verder lijkt het thema een beetje uitgeput en uitgeblust. Net als menig geëmancipeerde vrouw, die denkt: en nou werk ik buitenshuis, maar regel nog steeds het huishouden. Beetje veel eigenlijk, en oneerlijk verdeeld, maar om nou voor de gelijkheid
nóg meer uren buitenshuis te gaan werken en manlief elke avond de emancipatoire les te lezen? Nee, daar heeft ze geen puf meer voor. Trouwens, ze doet ook graag de kinderen. En ze houdt van een bloemetje neerzetten.
Huisvrouwengetut, sorry hoor, ligt haar ook wel. De Utrechtse psychologe Martine Delfos is niet verbaasd dat de emancipatie in een stiltegebied is aangeland. 'We zijn bezig de verschillen tussen man en vrouw opnieuw te erkennen. Dat is deels een gevolg van de geslaagde emancipatie. Meisjes gaan massaal naar school en doen het zelfs beter in het onderwijs dan de jongens, en vrouwen zijn gaan werken, of het nu in een grote baan is of in een kleine. Van het onderdrukte wezen dat ze was en dat niet geschikt was om te denken, niet mocht stemmen en afhankelijk was van man en vader, is de vrouw een heel eind gekomen.' Door deze geslaagde emancipatie is er ruimte om te kijken naar datgene wat niet is gelukt. Vrouwen zijn bijvoorbeeld nog steeds niet
en masse ingenieur geworden, voelen weinig voor het vak van stratenmaker en van massaal leidinggeven op de hoogste maatschappelijke niveaus is het evenmin gekomen. Jammer, maar gelukkig is daar het vergevorderde hersenonderzoek dat nu wetenschappelijk heeft vastgesteld dat er
écht verschillen zijn tussen de hersenen van mannen en vrouwen, dus zo erg is het ook weer niet. Niet de opvoeding of de 'socialisatie' blijkt schuldig aan het hardnekkig anders-zijn van mannen en vrouwen, het menselijk lichaam zelf is de boosdoener. Delfos begrijpt dat in de strijd om gelijkheid, vrouwen moedig hebben geprobeerd zichzelf te ontkennen of zich anders voor te doen dan ze zijn. Maar ze betreurt het ook. In haar al lang aangekondigde, maar nu net
verschenen boek De schoonheid van het verschil - Waarom mannen en vrouwen verschillend
én hetzelfde zijn (Harcourt) schrijft ze: 'Het gevolg van het idee dat typisch vrouwelijke taken en aandoeningen de emancipatie in de weg zouden staan, was dat de meeste verschillen met mannen werden weggepoetst, verzwegen en onderdrukt. Er ontstond als het ware een 'stiekeme' emancipatie, vaak tegen de belangen van de vrouw in. De vrouw probeerde haar talenten die ondergewaardeerd werden niet op de voorgrond te zetten, haar vrouwelijke ongemakken onder tafel te schuiven en haar affiniteit met de zorg voor kinderen probeerde ze zo veel mogelijk te verdoezelen.' Jammer, vindt ze, maar 'het is logisch dat nu, in een nieuwe fase in de emancipatie, de specifieke eigenschappen van mannen en vrouwen weer tot hun recht komen'. Daarom schreef ze haar boek ook. 'Ik wil graag inzicht, respect en begrip kweken voor de kwaliteit van de verschillen tussen mannen en vrouwen.'Martine
Delfos (1947) leverde haar eigen emancipatie-bijdrage in de jaren zestig, door vanaf haar afstuderen op te treden als alleenverdiener van het gezin. Maar daar was de maatschappij niet op ingesteld. Tijdens haar studie kreeg ze twee kinderen en haar man en zij kozen voor een fundamentele rolwisseling: zij zou doorstuderen in normaal tempo, hij langzamer met de zorg voor de kinderen. Toen ze afgestudeerd was, een gezin met twee kinderen had, maar nog geen baan, had ze geen recht op een uitkering. Haar man werd geacht zijn studie te staken en de kost te gaan verdienen. Mannen in haar positie kregen zonder uitzondering
wél een uitkering. Ze belde een Volkskrant-journalist en dat was het begin van de actiegroep RWW, die succes boekte. De wet werd aangepast aan de eisen van de emancipatie. Als moeder van twee kinderen, een jongen en een meisje, werkte ze
fulltime in de jeugdhulpverlening en vanaf 1987 in haar eigen praktijk. Haar man, wetenschapper, koos voor de zorg van de kinderen. 'Ik werkte hard, maar was thuis ook dokter, kapper en kleermaker tegelijk en schilderde ook het huis van binnen en van buiten. Ik ben snel en kan me goed concentreren.' Toen haar twee kinderen het huis uit gingen, besloot ze meer tijd voor zichzelf uit te trekken, en zelf ook opnieuw te gaan studeren. Met een drukke psychotherapiepraktijk was natuurkunde of scheikunde niet mogelijk en als dochter van een
Française, koos ze voor Franse taal- en letterkunde en promoveerde later op een sociaal-wetenschappelijk onderwerp, geschreven in het Frans. Begin jaren negentig begon ze met het schrijven van therapeutische kinderboeken. Psychologische handboeken over ontwikkelingspsychologie, psychopathologie, angst, autisme en eetstoornissen volgden. Inmiddels heeft ze tientallen boeken op haar naam staan - tot in het Birmees aan toe vertaald - en vele artikelen. Voor de illustratie van haar nieuwe boek is gebruik gemaakt van twee aquarellen van haar hand: een klassieke
mannen- en een vrouwenkop. 'Ik heb me vroeger aangemeld bij de kunstacademie, maar ze geloofden niet dat het werk dat ik liet zien, echt van mij was', vertelt ze.
Delfos kan dus, in navolging van hoe haar Utrechtse collega de pedagoog Micha de Winter haar kwalificeerde, met recht een 'veelpleger' worden genoemd. Toch wil ze haar eigen arbeidzame leven niet samenvatten onder het kopje
'carrière'. 'Ik ben altijd heel volgzaam geweest en ik heb me altijd ten dienste van mijn gezin opgesteld. Onder
carrière maken versta ik dat je je gezin ondergeschikt maakt aan je werk. Dat ben ik pas gaan doen, in overleg met mijn man, toen mijn kinderen het huis uitgingen. Toen ben ik pas wetenschappelijk werkzaam geworden, gaan studeren en begonnen boeken te schrijven.' In 1997 richt ze het PICOWO op om haar wetenschappelijk onderzoek naar biopsychologische modellen onder te brengen. Delfos is van mening dat we onze ideeën over werk en carrière moeten aanpassen aan de verschillen tussen mannen en vrouwen. Dat aan vrouwen met jonge kinderen tegelijkertijd hoge eisen op het werk worden gesteld, lijkt haar strijdig met de wijze waarop vrouwen willen zorgen en werken tijdens die fase van hun leven. Bovendien laat onderzoek zien dat stress ongunstig is voor de ontwikkeling van de foetus in de baarmoeder. Dat van mannen wordt gevraagd dat ze
carrière blijven maken tot aan hun pensioen is in strijd met hun wensen tijdens hun laatste arbeidsfase.'We hebben tegen de biologische stroom in
geëmancipeerd', meent
Delfos. 'Het was oppervlakkig en tegen ons mens-zijn in.' De psychologe meent dat uit het feit dat man en vrouw beiden in staat zijn om kinderen te verzorgen, abusievelijk is afgeleid dat zorg en arbeid daarom ook gelijkelijk over man en vrouw kunnen worden verdeeld. Mannen en vrouwen zijn in veel opzichten hetzelfde. 'Ze kunnen allebei werken, zorgen, creatief, technisch of wat dan ook zijn. Maar als een apparaat het niet doet, en je vraagt of een vrouw technisch is, zal ze meestal nee zeggen - maar vraag je haar of ze hulp kan bieden bij het aan de praat krijgen van dat ding, dan gaat ze kijken wat ze kan doen en blijkt ze technischer dan ze dacht.' Vrouwen en mannen kunnen veel dingen even goed, maar daarom willen ze het nog niet even graag. En daarom lossen ze problemen nog niet op dezelfde manier op. De verschillen tussen mannen en vrouwen bevinden zich niet zozeer op het niveau van verschillen in gedragsmogelijkheden, maar in 'voorkeursgedrag'. Hiermee legt
Delfos een bodem voor een nieuwe emancipatie van man en vrouw. Vrouwen studeren wel af in
bèta-vakken en techniek, maar, aldus
Delfos 'ze zoeken er geen baan in, want ze vinden het gewoon niet zo leuk. De overheid gaat nog steeds uit van gelijkheid. Maar het werkt niet meer. Kies exact-redeneringen kunnen niet tegen voorkeursgedrag op. Daarom hoor je ook zo weinig van de overheid over emancipatiebeleid. Er zijn geen
ideeën meer, omdat ze gebaseerd zijn op biologische gelijkheid. Emancipatie moet met de biologische stroom meegaan en niet er tegenin.' Mannen denken anders, werken anders, en zorgen anders. Delfos besteedt in
De schoonheid van het verschil uitgebreid aandacht aan de fysiologische en neurologische verschillen tussen jongens en meisjes. Jongens zijn wilder,
onderzoekender, gericht op status in de buitenwereld, dat geeft hen veiligheid. De clichébeelden kloppen vaak en Delfos legt uit waarom. Mannen verzamelen kennis vanuit details en bouwen van daaruit een model, wedijverend met anderen. Vrouwen bouwen een model vanuit samenhang tussen feiten. Mannen zorgen voor hun gezin door in de buitenwereld te presteren en prestige op te bouwen. Werken en zorgen vallen op die manier voor hen samen. De vrouwelijke zorg heeft de pech op gespannen voet met werken te staan. 'Een vrouw die zich zorgen maakt over de verzorging van haar kind, kan zich niet goed op haar werk concentreren.' Daarom, vindt Delfos, is het beter dat vrouwen zich niet te vroeg, met kinderen nog thuis, op een
carrière storten; wel werken, maar niet in de eerste fase alles opzij moeten zetten om een
carrière te maken. 'Dat kan later wel, als ze minder gericht is op de zorg voor haar kinderen. Ook daar kunnen mannen en vrouwen elkaar aanvullen. Mannen hebben het uit competitief oogpunt nodig om jong
carrière te maken, later willen ze meer rust, precies tegenovergesteld aan vrouwen. 'Als we het idee van carrière aanpassen aan verschillen tussen mannen en vrouwen, kunnen ze elkaar ook daar prima aanvullen. Het is een feit dat de werkomgeving op een mannelijke lijn van presteren is ingericht en niet op vrouwen die later instromen. Het idee overheerst dat je meteen als je jong bent moet scoren, omdat je later niet meer aan de bak komt in een organisatie. Dat zit dus fout.' Op de middelbare school in Eindhoven stond er ooit in een schoolblaadje: Wat is emancipatie? Dat is
in-de-man-z'n-plaatsie. Delfos: 'Toen dacht ik, oh, daarom lukt het niet.' Met haar jongste boek legt ze uit waarom het wegpoetsen van de verschillen niet werkt. 'Jongens moeten op school gewoon meer beweging krijgen en we moeten in de opvoeding de typische vrouwelijke kwaliteiten van empathie en zorg niet wegmaken.' Er blijven genoeg mannen over die verpleegkundige en vrouwen die chirurg willen worden. Toch heeft Delfos haar boek niet primair geschreven om de stand van de emancipatie te schetsen en nieuwe wegen te wijzen uit de lethargie. Voor de gedreven psychologe ('Ik ben mijn leven lang volgens velen
té geweest, té intens, té intelligent, té hartstochtelijk, té creatief, zorgzaam,
té dit en té dat.') is haar hoogste ideaal dat man en vrouw elkaar beter gaan begrijpen. En als dat toch niet lukt, in elk geval respect voor elkaar opbrengen. Mannen en vrouwen moeten ophouden zich tegen elkaar af te zetten, vindt ze. Haar boek heet niet voor niets de schoonheid van het verschil. 'Wetenschappelijk mogen we een eind zijn gekomen, hoe we gelukkige relaties moeten maken en kinderen goed moeten opvoeden, weten we nog steeds niet. Psychologisch leven we nog in de Middeleeuwen.'
Martine Delfos 'We zijn bezig de verschillen tussen man en vrouw opnieuw te erkennen.'
|
||||||||||||||